TRIPLE TEATURE: drie theefilms

Gepubliceerd op 19 april 2020 om 16:45

Eerlijk is eerlijk, ik had gewoon zin om eens een paar films te zien. Het leek me dan maar best om er meteen een artikel uit te halen. Bij deze, twee aanraders en een op-eigen-risico om de dagen mee te vullen! - door Melanie (keizer redactie)

The Bitter Tea of General Yen

1933 - REG. Frank Capra - ⭐⭐⭐⭐

Tijdens de Chinese burgeroorlog wordt een bijna-bruid met een bloedend hart (Barbara Stanwick) ontvoerd door een wrede Chinese generaal (Nils Asther). Kan ze ontsnappen? Wil ze ontsnappen?

The Bitter Tea of General Yen is heel erg van zijn tijd, op twee manieren. Ten eerste is het pijnlijk racistisch: alle "Chinamen" zijn vals en onmenselijk, en de generaal wordt vertolkt door een karikaturaal opgemaakte Zweed. Ten tweede is het heerlijk losbandig: zwoele blikken, overmatig wapengeweld, ja, zelfs interraciale romantiek!

Dat komt niet zomaar uit de lucht gevallen. Tussen 1930 en 1934 was Hollywood zich angstvallig bewust van zowel de depressie als de dreiging van censuur. Om toch nog wat winst in te zamelen, produceerden ze films die zo sexy en zo gewelddadig mogelijk waren - tot groot misnoegen van de pogers tot censuur. Ons lijkt het misschien maar braafjes: meestal bleef het bij innuendo's en visuele hints. Maar voor de volgende dertig jaar zou het verboden zijn een toilet, een getrouwd koppel in hetzelfde bed of een ongestrafte misdaad te filmen.

The Bitter Tea of General Yen straalt dan ook op zijn meest onzedelijke momenten: de droom waarin onze prille missionaris zich inbeeldt verkracht te worden door de wrede generaal, maar dan dankbaar en heerlijk gered wordt door dezelfde generaal, is niet iets wat je twee keer zal zien.

Toch valt het regisseur Frank Capra nooit moeilijk om sentimenteel te worden. En godzijdank: zonder zijn zachte doch krachtige emoties zouden de hartstochtelijke monologen over genade en de uiteindelijke wederzijdse opoffering nooit op hun pootjes terecht komen.

De drie centrale thema's – onderdanigheid, genade en de dood – komen trouwens mooi overeen met de drie keren dat een tas thee het podium op klimt. Van één theeverslaafde cinefiel aan de andere, dus: ik raad u aan dit vergeten filmpje eens op te zoeken.


Tea With Mussolini

1999 - REG. Franco Zefferelli - ⭐⭐

Een Italiaanse bastaard wordt opgevoed door een horde Engelse vrouwtjes in kunstig Firenze. Slechts één haar in de boter: het is 1935 en Firenze loopt vol fascisten.

1999 was een voortreffelijk jaar voor films, zo niet het beste jaar. The Matrix, Fight Club, Eyes Wide Shut, Notting Hill, onze PR Caitlin, The Iron Giant, zowat alles wat uitkwam dat jaar was goud waard. Ik zou Tea With Mussolini niet direct aan dat lijstje toevoegen.

Begrijp me niet verkeerd: het is moeilijk om niet te genieten van een film met Judi Dench, Maggie Smith en Cher. Dench is bijna verrassender dan ze is in Cats, Smith is haar oude zelf, en Cher is onweerstaanbaar en charis-matisch.

Toch is het moeilijk niet te wensen dat je een andere film aan het kijken was. Voor elk aspect bestaat er een beter equivalent. Engelsen in Italië? Bekijk A Room With a View. Fascistisch Italië? Bekijk Il Con-
formista. Italië als cinematisch kuuroord? Bekijk The Talented Mr. Ripley.

Deze film weet immers niet wat het van plan is. Maggie Smith drinkt trots en gezellig thee met Mussolini in één scène, en in de volgende scène komen de fascisten toe in haar hotel en smijten haar theegerief het raam uit – dramatisch en in slow motion – tot groot protest van alle Engelsen aanwezig, oh zo zwaar onderdrukt. Het is onmogelijk om te weten of we dit serieus moeten nemen of niet.

Hoe plezant dit filmpje ook begint, na een tijdje wordt het gebrek aan samenhang, zowel in plot als in toon, vermoeiend. Ik raad u dit aan: zet Tea With Mussolini op (gratis op YouTube!) op een luie zondag en val na drie kwartier in slaap. 't Is voor uw eigen goed.


The Taste of Tea

2004 - REG. Katsuhito Ishii - ⭐⭐⭐⭐

De leden van een Japans gezin leven naast elkaar en proberen elk hun problemen te verwerken. Bijvoorbeeld: de jongste dochter wordt begluurd door een gigantische kopie van zichzelf.

Laat dit duidelijk zijn: The Taste of Tea is een surrealistische film. Een trein vertrekt uit een voor-hoofd, een man kruipt uit de aarde, een hypnosescène wordt gevolgd door een psychedelisch kleurenspel, onze helden worden gevolgd door persoonlijke spoken.

Maar dit alles straalt een enorme rust uit. Onze familie wordt dan wel bekeken door spoken, ze doen zelf niet veel meer dan om zich heen kijken. Het kleine meisje ligt laconiek op het terras, de jonge nonkel komt een gekke danser tegen op het strand en kijkt toe.

Kortom, dit onmogelijke verhaal rust op alledaagsheid. Misschien heeft het dan geen zin het surrealistisch te noemen; eerder magisch-realistisch. Het doet me denken aan de boeken van Murakami, waar interne, emotionele problemen extern, fysiek gemaakt worden - waar je haar plots spierwit kleurt na een grote verrassing. Of aan de anime van Miyazaki, waar allerlei gekke schepsels de revue passeren, maar bovenal de kleine details tellen - de manier waarop iemand een steelpan grijpt.

Bekijk het eens, op je gemak. Probeer te achterhalen waarom het meisje zo graag een backflip wilt maken, of waarom een goed stuk van de tijd met voertuigen gevuld wordt. Wat hebben de twee lukrake cosplayers te betekenen? Doet het ertoe? Bekijk het anders gewoon, zonder al te veel vragen, op je gemak. Laat je hypnotiseren door de vader-hypnosearts.


Ah en de thee? Echt geen flauw idee wat die ermee te maken heeft.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.